Beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg

Meer weten

Doelstelling

De bedoeling van het GFD is dat Belgische officina-apothekers de gegevens uit hun lokaal farmaceutisch dossier onderling kunnen raadplegen mits toestemming van de patiënt. Op deze wijze kunnen de Belgische officina- apothekers hun farmaceutische zorg op een volwaardige en efficiënte wijze verstrekken.

Het GFD moet dus in de eerste plaats  een essentieel hulpmiddel zijn om de opvolging van de farmaceutische zorg te verbeteren door  de gegevens geregistreerd in het farmaceutisch dossier, waaronder de historiek van de afgeleverde medicatie,  ter beschikking te stellen. De apotheker beschikt dan over een vollediger beeld van het geneesmiddelengebruik door de patiënt, wat hem toelaat het risico op geneesmiddeleninteracties en andere aan het geneesmiddelenverbruik verbonden risico ’s beter in te schatten en hierop in te spelen.

Vele patiënten bezoeken immers verschillende apothekers, bijvoorbeeld op hun weg naar het werk, nabij hun woonplaats  of tijdens het weekend bij de apotheker die de wachtdienst verzorgt. Ook tijdens vakantieperiodes kunnen patiënten vaak niet bij de apotheker terecht die zij gewoonlijk bezoeken. Desalniettemin moet elke apotheker, ingevolge artikel 3 van het KB van 21 januari 2009 in de uitoefening van zijn beroep de beginselen en richtsnoeren voor de goede officinale farmaceutische praktijken, zoals opgenomen in bijlage I bij dit besluit, naleven.  Volgens deze goede praktijken moet de apotheker niet enkel nagaan of de voorgeschreven geneesmiddelen voor de patiënt de meest aangewezen producten zijn (zonder daarbij afbreuk te doen aan de therapeutische vrijheid van de voorschrijver), maar in het algemeen ook  aan de patiënt alle nodige informatie verschaffen  in verband met diens gezondheidsbevordering en ziektepreventie of, nog algemener, ter verbetering van diens levenskwaliteit. Vanzelfsprekend kan de apotheker deze verplichtingen veel beter invullen indien hij, mits toestemming van de patiënt, zich kan informeren over de historiek van diens geneesmiddelenverbruik.

Functionaliteiten

De gegevens over de geneesmiddelenverstrekking worden op een gestandaardiseerde wijze worden opgeladen in een “Pharmaceutical Care Data Hub” (PCDH). De versleutelde gegevens worden er opgeslagen voor een configureerbare termij.  Het proces zal de apotheker onder bepaalde voorwaarden ook toelaten om een vroeger geregistreerde medicatieverstrekking bij te werken of te verwijderen.

De apotheker zal van een patiënt de geschiedenis van afgifte van geneesmiddelen kunnen opvragen voor een standaardperiode van 1 jaar. Hij kan ook specifiek enkel om de gegevens vragen die niet in zijn apotheek verwerkt zijn (i.e. de gegevens die hij nog niet in zijn lokale apothekersoftware heeft).

Het verzoek is geautoriseerd (authenticatie, geldige toestemming van de patiënt) via regels:

  • enkel geauthenticeerde zorgverstrekkers kunnen de geschiedenis van afgifte van medicatie voor een patiënt opvragen;
  • de toestemming van de patiënt wordt gecontroleerd om zo de informatie te bepalen die in het antwoord vervat moet worden;
  • de geauthenticeerde zorgverstrekker moet bovendien ook een therapeutische relatie hebben met de patiënt.

De verkregen historiek van afgegeven medicatie bevat in principe geen details omtrent de apotheek die de voorgaande medicatie verstrekt heeft. Het proces laat echter een geauthenticeerde apotheker met daarenboven een sterk geauthenticeerde patiënt (via eID) toe om de details omtrent de verstrekkende apotheek op te vragen. Bij dit soort opvragen wordt tevens een motivatie gevraagd. 

In de Pharmaceutical Care Data Hub zijn alle gegevens versleuteld opgeslagen.  De sleutels voor deze versleuteling worden beheerd door het eHealth-platform.

Deze PCDH vormt zodoende de authentieke bron van de afgeleverde geneesmiddelen en is de bron om een kwalitatief hoogstaand medicateischema op te maken.

Doelgroepen en toegangsregels

Eerstelijns apothekers.

Gebruikte basisdiensten